Kind van God zijn: wat verandert dat aan je zelfbeeld?
Kind van God zijn. Wauw… Dat is het gevoel dat ik er nu bij heb — maar zo heb ik het niet altijd ervaren. Kind van God voelde voor mij lang als iets op afstand. Ik dacht: "Dat noem je zo om te laten zien dat je erbij hoort, dat je ooit naar de hemel gaat en dat je andere mensen van Hem moet vertellen." Dat doe je dan.
Inmiddels denk ik daar heel anders over. En het is ook geen gedachte meer die ik moet vasthouden, maar een zeker weten: dit ben ik echt.

Ergens bij willen horen
Hoe fijn is het om ergens bij te horen? Om gezien en herkend te worden. Om spullen of eten van een ander onvoorwaardelijk te mogen gebruiken, zonder je daar schuldig over te voelen. Je hoort er gewoon bij.
Maar dat verlangen om erbij te horen kan ook een andere kant hebben. Dan doe je dingen die tegen je eigen wil ingaan. Je gaat net iets verder dan je eigenlijk wilt. Dat raakt jou als persoon, raakt wie je bent — en soms komen mensen daardoor ook echt in de problemen. Bij nogal wat jongeren raakt het zelfbeeld hierdoor beschadigd: ze zijn niet meer tevreden met zichzelf, raken geïsoleerd, of gaan zich steeds meer gedragen zoals anderen om er maar bij te horen.
Het is niet verkeerd om iets leuk te vinden of mee te doen met een hype. Maar als het je negatief gaat raken, of als je steeds verder van jezelf — van wie jij bent — vandaan gaat, dan kan dat tot problemen leiden die lastig zijn om weer uit te komen.
Wat betekent het dan wél om kind van God te zijn?
Terug naar het begin: het paradijs
Ik blijf het fascinerend vinden dat God ooit het paradijs maakte en de mens daarin schiep. Hij gaf Adam en Eva gezag over de hof, over de aarde, om die te bewerken. Alles was volmaakt in de hof en het ontbrak de mens aan niets. Voor mij persoonlijk is dít de basis van mijn geloof geworden: alles begon bij een God die volmaakt samen wilde leven met de mens.
Bij de eerste mens ging het goed mis. God had de mens geschapen met een volledig eigen wil — daar kon en wilde Hij niet op ingrijpen. Dat zou betekenen dat Hij robots had gemaakt. Hij wilde dat de mens vanuit een relatie mét Hem zou leven, niet vanuit dwang. Dat lezen we ook in Genesis: de mens die samen met God door de tuin wandelt.
Eeuwen later schrijft Johannes 1 Johannes 3:1. Hij had iets begrepen: God wil nog steeds zo dicht bij ons zijn als Hij was bij Adam en Eva in het paradijs. Na de zondeval stuurde God Adam en Eva de hof uit, en volgde er een lange periode van moeite en regels om Hem te behagen. Maar dat is nooit Zijn doel en plan voor de mens geweest.
Hoe Jezus dat weer herstelde
Wat Adam en Eva verkeerd deden, maakte Jezus aan het kruis weer goed. Hij herstelde de relatie tussen mens en God door Zijn leven te geven en op te staan uit de dood. Zijn doel was de fout van de mens weg te nemen, zodat we als kinderen van God kunnen leven zoals dat oorspronkelijk bedoeld was, in het paradijs. De liefde die God toont door dit herstelplan te geven, laat zien wat voor liefde Hij voor mensen heeft. Hij gaf Zijn Zoon, die onze zonde op Zich nam — en uiteindelijk geeft God ook Zijn Geest, die in ons komt wonen, zodat we kunnen leven zoals Jezus dat hier op aarde deed. Dat is in ieder geval de intentie die God ons geeft. Ook nu geeft Hij ons als Zijn kinderen een volledig eigen wil. Het is aan ons hoe we daarmee omgaan, en hoe we Jezus hier zichtbaar willen laten zijn — op school, op je werk, thuis.
Wat de Bijbel zegt over kind-zijn
“Maar aan iedereen die Hem aannam, gaf Hij het recht om kind van God te worden.” — Johannes 1:12
“God stuurde de Geest van Zijn Zoon in ons hart, en die roept: ‘Abba, Vader!’ Je bent dus geen slaaf meer, maar Gods kind. En omdat je Zijn kind bent, ben je ook Zijn erfgenaam.” — Galaten 4:6-7
“Wat u ontvangen hebt, is niet een geest die u weer bang maakt. Nee, u hebt de Geest ontvangen die u nu tot kinderen van God maakt.” — Romeinen 8:15
Je hoeft dus niet steeds opnieuw je best te doen om erbij te mogen horen. Aannemen (Johannes 1:12) is geen prestatie, maar iets wat je ontvangt. Je hoeft niet naar binnen te vechten — je bent, in Christus, al binnen.
Wat het betekent dat God je Vader is
Kind zijn van God betekent ook dat Hij je Vader is. En een vader geeft. Helaas heeft niet iedereen een aardse vader op die manier ervaren — maar zo heeft God het wel bedoeld. Hij wil als Vader zijn voor ieder kind van Hem. En als je beseft dat het een Vader is die hemel en aarde schiep, met als doel dat we vandaag al mogen leven in de overvloed van het paradijs, dan krijgt “kind van God zijn” een veel diepere betekenis.
Hoe pijnlijk jouw gevoel bij vaderschap misschien ook is: ik wil je uitdagen om God de Vader echt te omarmen. Vraag Hem om Zijn liefde te ervaren, en geef Hem de ruimte om ook in jouw leven daadwerkelijk Vader te zijn.
Kijk toch hoe groot de liefde is die de Vader ons heeft geschonken: dat we kinderen van God worden genoemd — en dat zijn we ook!
- Merk vandaag één moment op waarop je iets deed, zei of liet om ergens bij te horen. Vraag je af: deed ik dit vanuit wie ik al ben in Christus, of vanuit de drang om erbij te horen?
- Lees Johannes 1:12 hardop. Vervang "iedereen" een keer door je eigen naam.
- Noem drie dingen waaruit blijkt dat je bij Gods gezin hoort — niet wat je gepresteerd hebt, maar wat Hij al gegeven heeft.
Vader, dank U dat U mij ziet en kent. Dank U dat ik niet buiten sta, maar dat ik door Jezus al binnen ben. Leer mij te leven als Uw kind — vrij, geliefd en gedragen door Uw Geest. In Jezus' naam, amen.
"Ik ben een kind van God. Niet omdat ik het verdiend heb, maar omdat Jezus mij heeft aangenomen. Ik hoor er echt bij, in Zijn gezin, voor altijd."